Follow by Email

Wednesday, December 28, 2011

Het licht van de Almachtige

Het licht van de Almachtige

Dat is de vertaling van de naam Or-El. Toen ze geboren werd, was het duidelijk dat ze invalide zou zijn: ze had een spierafwijking en de dokters voorspelden haar ouders dat Or-El misschien tien jaar te leven had. Maar dokters weten niet alles en Or-El had andere plannen. Dankzij de inspanning en support van haar ouders, overkwam ze de spierziekte en ging 'gewoon' naar school. Dat was niet genoeg voor Or-El: ze moest de beste van haar klas zijn en werd dat. Een vrachtwagen chauffeur zonder rijbewijs zorgde ervoor dat haar droom bijna kapot ging: op twaalfjarige leeftijd was ze betrokken bij een auto-ongeluk en brak haar bekken, waardoor haar aangeboren ziekte weer terug kwam.
Met veel hulp, support en een ijzeren wil kwam ze ook hier weer bovenop, alleen was ze wel voor de rest van haar leven in een rolstoel, want haar benen bleven verlamd.. De dokters voorspelden ook een geestelijke klap. Maar dokters weten niet alles en Or-El – de lezer raad het al- had andere plannen. Na haar revalidatie ging ze door met leren en haalde de verloren tijd in. Medisch hadden de dokters geen uitleg voor wat dit meisje presteert, maar, zoals gezegd, dokters weten nu eenmaal niet alles.

Or-El ging door en eindigde haar middelbare school met prachtresultaten. Haar ouders zagen haar al op de universiteit, maar weer had Or-El andere plannen: ze wilde 'gewoon' de dienst in, net als iedereen. Uiteraard was daar veel tegenstand: wat moet het leger met een invalide soldate? Daar had Or-El wel een antwoord op, want ze wilde instructrice worden. Alle tegenwerpingen van het leger werden door Or-El beantwoord en het werd duidelijk dat dit meisje gewoonweg niet te stoppen was.

Ze ging het leger in en. Zonder speciale hulp, deed de recruten-periode, leerde schieten en ging door naar de cursus die ze wilde doen en werd instructrice.
Toen ze ingewijd werd als instructrice, vroeg haar ontroerde vader of ze nu tevreden was. "Nee, Abba.", was haar antwoord. "Ik wil officier worden."
De lezer moet begrijpen dat het Israelische leger soms uitzonderingen maakt voor hartkoppige jongeren met een invaliditeit en ze toelaat.
Maar geen enkele invalide is ooit toeglaten tot de officiers cursus. We hebben invalide officieren, die invalide werden tijdens hun dienst en na revalidatie weer doorgingen in het leger. Waar Or-El ook aanklopte, er werd uitgelegd dat ze vanwege haar invaliditeit dus geen officier kon worden.

Maar ons leger, net als dokters, weet niet alles. En ja, Or-Tel had andere plannen. Dus vulde ze 'gewoon' een formulier in om op de officierscursus te komen. Iemand vond deze gotspe wel grappig en besloot haar naar de examens te laten komen. De gedachte was dat dit invalide meisje deze examens nooit zou kunnen doen.
Het kan vervelend klinken, maar Or-El had andere plannen en slaagde bij alle examens. Maar dat werd haar lekker niet verteld.

De opperbevelhebber van ons leger had via-via over Or-El gehoord en besloot zich er persoonlijk mee in te mengen.

Een paar dagen geleden was er grote consenatie in de basis waar Or-El dienst doet: de opperbevelhebber zou op bezoek komen en wilde weten wat er nu allemaal geleerd word bij hun. Het bezoek zou niet al te lang duren, maar de opperbevelhebber ging van klas tot klas, tot hij bij Or-El kwam.
"En wat leer jij de soldaten?", vroeg hij haar. "Lichamelijke opvoeding, commandant.", antwoorde Or-El zenuwachtig, hopende dat de opperbevelhebber nu naar de volgende klas zou gaan. Maar dit keer had zij het verkeerd.
"Hoe dan?", vroeg Yaalon.
Or-El had hier wel een antwoord op. "Volgt U me maar even, commandant.", zei ze rustig, terwijl ze in haar rolstoel vooruit ging.
Buiten ging ze hem voor naar diverse instrumenten en legde hun functie uit. De stoere generaal liep naar een van de instrumenten en vroeg Or-El om instructies, die ze heel professioneel gaf. Tot haar verbijstering hing de opperbevelhebber van het Israelische leger even later aan een instrument en deed de oefening zoals ze had uitgelegd.

"Laten we maar weer naar binnen gaan, het is hier te warm, buiten.", zei Yaalon, en liep haar voor naar haar klas, gevolgd door belangstellenden en pers. Toen ze haar klas binnekwam zag ze dat haar ouders en broertje er ook waren, maar ze had geen sjoege waarom. Zelfs toen de pers binnen kwam met camera's en microfonen, dacht ze nog steeds in haar eigen, bescheiden manier, dat het om de basis ging.

De opperbevelhebber nam het woord en legde uit hoe belangrijk het is dat soldaten, behalve hun beroep als vechters, ook andere dingen leren. Hoe speciaal het was dat juist deze eenheid, die zoveel meer leerde aan de soldaten, gevestigd was in Sde Boker, de thuisbasis en laatste rustplaats van de stichter van onze Staat, David Ben Goerion.

"Maar al dit is niet de reden dat ik hier ben gekomen. Wat ik nu mee te delen heb,", zei de generaal, "heeft niets te maken met iemand een mitswe te doen. Noch trekken we iemand voor. Het gaat om jou, Or-El. Tegen alle verwachtingen in ben je in dienst gegaan, want je wilde je land dienen. Ondanks je invaliditeit is het je gelukt om hier dienst te doen. Maar je eiste meer en hoewel je is uitgelegd dat het onmogelijk is, ben je gewoon doorgegaan en je hebt de examens gedaan voor de officiersopleiding. Or-El, er zijn geen invaliden op deze cursus geweest en er zijn geen plannen om dat ooit toe te laten. Maar we hadden jou nog niet ontmoet, noch meegemaakt.
Or-El, het is mij een koved om je mede te delen, dat je geslaagd bent voor de examens en dat we je dus aannemen voor de opleiding als officier. Ik wil nogmaals zeggen dat je dit zelf hebt gedaan: je hebt prachtige resultaten en ik wens je succes."
De opwinding was groot en de ontroering van haar ouders trokken de belangstelling weg van de generaal, die stilletjes zijn neus snoot.

Onze Staat is bijna vierenzestig jaar oud. We zijn verre van perfect en kunnen ons de tsores beter herinneren dan de simches. Maar hier en daar flitst er wat: kleine wondertjes, dingen die ons trots maken om hier te zijn.
Or-El is een pionier. Maar er zijn tientallen jongeren, die vanwege lichamelijk en soms geestelijke tekorten niet het leger in hoeven en toch gaan. Omdat ze willen. Omdat ze trots zijn.

(c) Simon Soesan

Thursday, December 8, 2011

Geinponem

Geinponem

Toen Ze’ev vijftien jaar geleden tijdens een legeractie zijn onderbeen verloor, maakte hij daar geen drama van. Ze’ev, die bij de infanterie reservedienst deed, bond zelf zijn been af en wachtte vervolgens rustig tot een helikopter hem naar een ziekenhuis bracht. Aviva, zijn vrouw, was erg overstuur, maar Ze’ev beloofde haar gauw weer op de been te zijn en dat meende hij letterlijk. Binnen drie maanden kon hij met zijn prothese omgaan en na nog drie maanden liep hij als vanouds met zijn kunstbeen. Hij ging weer fietsen, dansen en zelfs voetballen.
Met Ze’ev is het altijd lachen. Ik ging eens met hem mee schoenen kopen. De argeloze verkoper was bijzonder verrast, toen hij bij het uittrekken van een schoen niet alleen de schoen, maar ook de prothese in zijn hand hield. Of die keer toen hij mee was op zakenreis naar China en daar een voetmassage nam. Ik hoor nog de kreet van de masseuse toen zij zijn kunstbeen vast hield.
Toen Aviva enkele jaren geleden omkwam in de explosie in het Matsarestaurant, was hij een tijd de weg kwijt. Ze konden geen kinderen krijgen, maar hadden meer dan genoeg aan elkaar gehad. Hij wilde geen medelijden en werkte harder dan ooit. Wie hem zo bezig zag, besefte niet wat een tragedie hij met zich mee droeg. Het duurde een jaar, maar uiteindelijk vond hij zijn gevoel voor humor terug. Tijdens onze Onafhankelijkheidsdagbarbecue verbaasde hij de toeschouwers door bij de aftrap de hele prothese mee weg te schoppen.
Ze’ev is een geinponem en zijn humor werkt aanstekelijk. Zelfs toen hij onlangs werd aangereden door een vrachtwagen bleef hij grappen maken. “Dat moet wel een heel bijzondere vrouw zijn geweest die op me viel,” waren zijn eerste woorden toen hij in het ziekenhuis bijkwam. Toen hij de zuster vroeg of ze hem even uit zijn schoenen hielp, bleek zij niet onder de indruk. Zij zei niets, liep weg en kwam terug met een gigantische injectiespuit. Ze’ev keek haar verschrikt aan. “Daar ga je mij toch niet mee prikken?” vroeg hij angstig. “Nee hoor,” was haar antwoord, “ik wilde je alleen de stuipen op het lijf jagen.” Op zijn verbijsterde reactie reageerde ze met: “jij begon.” Sindsdien dollen ze elkaar continu. Ze gingen samenwonen en namen iedereen in hun omgeving in de maling. Toen ze besloten te trouwen, namen wij revanche. Na hun uitnodiging stuurden wij een correctie naar alle genodigden. Naast de zaal in het hotel waar ze gingen trouwen, huurden wij een andere zaal en regelden met het hotel dat alles gewoon doorging, alleen in een andere zaal. Bij aankomst van het bruidspaar in “hun” zaal, was daar alleen een fotograaf…
Want Ze’ev is niet de enige geinponem.

© Simon Soesan

Wednesday, December 7, 2011

Sje Hichianoe*

Sje Hichianoe

Vier jaar geleden stuurden we onze zoon het leger in. Net 18 jaar, net klaar met zijn middelbare schoolopleiding. Hij wilde niet dat we ons ergens mee bemoeiden. `Ik red het zelf wel, laat me nou gaan.`, was zijn simpel verzoek. `Laat me nou gaan`…. Ouders in Israel weten wat het betekent als je je kind naar het leger stuurt, want echt, in een keer laat je ze gaan. In een grote zaal worden hun namen opgeroepen en dan gaan ze per groep de bus in. En het enige wat je als ouder dan nog mag doen is uitwuiven. Geen tranen, want dat vinden de kinderen gĂȘnant. Ik zeg ze vaak dat ze alles over 20, 30 jaar wel zullen begrijpen, als ze zelf aan de beurt zijn, hoewel ik, als eeuwige optimist, graag denk dat misschien tegen die tijd er geen leger meer nodig is. Ik moest denken aan die vroege, koude morgen in januari 1976, toen in mee kon rijden met een wagen uit de kibboets, die toevallig naar Haifa reedt. Om 5 uur ´s morgens stond ik daar, alleen en met een tas met wat ondergoed en een toilettasje, meer niet, en liep door de verlaten straten om me aan te melden als rekruut. Onze zoon kwam met ouders en zussen en met een gloednieuw mobiel speeltje, zodat we hem veel konden bellen. Zijn grote tas was vol met kleding, snoep, sokken en handdoeken.

Hij had gehoord van een cursus in het leger. Geruchten vertelden dat het het nieuwste van het nieuwste was, het beste van het beste. En wilde erbij zijn. Na drie bange en verplichte jaren was hij niet alleen op die cursus geslaagd, maar was hij ook al de commandant van die cursus. Hij besloot een extra jaar dienst te doen, als beroeps, `om iets terug te geven`, zoals hij het zelf formuleerde.

Wij zijn een gekke club, de ouders van de soldaten in het eerste Joodse leger sinds het jaar 70 AD. We denken de hele tijd aan onze kinderen, zijn bezorgd als ze in hun basis zijn, bezorgd als ze onderweg zijn en bezorgd als ze niet op tijd bellen. We gaan bij ze op bezoek als ze het weekend in de basis moeten blijven en het maakt niet uit waar dat is: we komen eraan! Met potten en pannen en niet alleen wat te eten voor de soldaat of soldate, maar ook voor hun vrienden; alsof je een weeshuis te eten moet geven, Joodse versie. Het leger, altijd bijdehand, heeft bij de meeste basissen naast de ingang een soort picknick plek gemaakt, met tafels en bomen, zodat er schaduw is tegen de vaak felle zon. Ook wij zijn vaak naar onze kinderen gegaan en zeker onze zoon, die met zijn eenheid door het hele land reisde, hebben veel en vaak bezocht. Naast het eten was er ook zorg voor schone kleding, dus kregen wij van hem al zijn vuile was in ruil voor de verschoning. Het scheelde vaak niet veel, of dat de uitlaatpijp over de weg kraste, zoveel spul moest er van zijn moeder mee.

En het maakte niet uit waar, hoever of wat voor weer het was: we hebben met hem en zijn kameraden op de Golan, in de Negev en op nog vele andere plaatsen gegeten. In 38 graden hitte en in plensbuien, onder grote paraplu´s. Het maakte niet uit: wij kwamen. Uiteraard werden we als volslagen idioten behandeld: alleen zij, de soldaten van nu, weten wat het leger in feite is, alleen zij weten wat het is om in het leger te zijn, op wacht te staan, te trainen. Wij hun ouders, weten van niets, alsof we elkaar niet in het leger hebben ontmoet, alsof ik geen 22 jaar reserve dienstplicht heb gedaan. `Hoe ging dat bij jullie in het leger, met die knuppels en katapulten?`, was zijn lievelingsvraag, om ons even op ons nummer te zetten. En uiteraard namen we het allemaal met liefde en onconditionele loyaliteit op.

Ook onze zoon vond een vriendin in het leger: twee jaar geleden zag hij een soldate op een busstation en liep gewoon op haar af en vroeg om haar telefoonnummer. Ze stemde toe en sindsdien zijn ze samen. In de vier jaar dat onze zoon in het leger van ons land diende, hebben we slapeloze nachten meegemaakt. Iedere keer ´als er wat aan de hand was´, zoals men hier pleegt te zeggen, wisten we dat hij er misschien bij betrokken kon zijn. Uren en soms dagen van zenuwen voordat je wat van hem hoort, en dan nog was het vaak `niks aan de hand, gaat je niets aan, Abba`.

Maar vier jaar zijn voorbij. Niet dat we nu rustig aan kunnen doen: meneer moet, net als vele van zijn lotgenoten, ´even ademhalen´ en gaat voor een tijd naar het Verre, en veel te verre, Oosten. Maar we hebben hem heelhuids terug gekregen, na zijn dienst in het leger en zijn apetrots op hem.

22 jaar oud blijft hij ons kind en we zijn de Almachtige dankbaar dat we dit veilig hebben mogen doorstaan.

Sje Hichianoe – ameen!

©Simon Soesan

*Sje Hichianoe - Hebreeuws voor: dat Hij ons liet leven (om dit mee te maken).